Milly vecht voor dominantie

Kwaku in 2014

Als het zomer is en de kranten dunner worden, slibben de paden dicht op het jaarlijkse Kwaku-festival. Een steeds gemêleerde publiek, althans zo leert een altijd oppervlakkige waarneming, schuifelt lang de eet- en dranktenten, de podia en dansgelegenheden. Veel jonge stellen ook, wit en zwart zoals ook de ouderen, komen via deze ‘Kalverstraat’ kennis maken met het feest dat zo nauw verbonden is met de Bijlmer, die Bijlmer waar het zo lang niet pluis was, de meest ‘besproken’ wijk van Nederland. Soms krijg je zelfs de indruk dat de Bijlmer inwoners het festival links laten liggen.

En dus zijn er bladen en kranten, zoals bijvoorbeeld dit jaar Mug, Voque en De Volkskrant, die er een verhaal aan wijden. In De Volkskrant van vrijdag 29 juli staat een verhaal van twee pagina’s, dat het festival gebruikt om over de nieuwe Bijlmer te schrijven, die wordt aangekondigd in het masterplan voor de komende 20 jaar. Er komen 35.000 woningen bij, vooral appartementen in torens, die de Bijlmer cq Zuidoost op een inwoneraantal van 150.000 moeten brengen. Zo’n 35% van alle nieuwbouw is sociale huur. De appartementen, voor middenhuur en koop, gaan van 30 tot 120 m2 en zijn vet geprijsd. De duurste koopwoning kost op dit moment 1,1 miljoen.

De schrijver van het stuk, Noël van Bemmel, ontmoet een zekere Vincent, ‘een grote. zwarte man’, die blij is dat hij weer terug in de Bijlmer is, want hier ‘’kijkt niemand raar op als ik aan kom lopen’’. En dat klopt, in de Bijlmer keek daar nooit iemand van op. Noël ontmoet ook Tanja Jadnanansing, onze ‘burgemeester’, die de schrijver op het Kwaku festival toeroept: ‘’Zie je wel, dat witte mensen ook kunnen dansen’’. De schrijver laat het over zijn kant gaan, maar wij in de Bijlmer weten dat veel zwarte mensen evenmin kunnen dansen. Ze zijn wel goed in schuren. Tanja vertelt hem ook dat Kwaku jaarlijks meer dan een miljoen bezoekers trekt, maar dat was een grote leugen van toenmalig festival-directeur Winston Kout. 150.000 – 200.000 bezoekers op 6 weekeinden was toen de max, zo becijferde het stadsdeel in 2012. En actuelere cijfers vertellen geen ander verhaal.

Orville Breeveld vertelt Noël dat ze in de Bijlmer arm en rijk, zwart en wit veel meer willen mengen, want zo heb je als arm persoon de kans dat je naast een buurman woont, bij wie je kan solliciteren: het oude idee achter de Vogelaarwijken en alles wat daarna aan plannen kwam om te bewerkstelligen, dat rijk arm omhoog zou trekken. Maar ook in de Bijlmer woont arm niet naast rijk en dat gaat ook niet gebeuren. We wonen allemaal in onze eigen arme of rijke straat, hoogbouw of buurt. Er zijn zelfs complexen gebouwd, waar rijk aan de straatkant woont en arm aan het achterpad, van elkaar gescheiden door een stuk groen met hekken. En ook daarbuiten, op winkelcentra, in culturele centra en in de parken vindt nauwelijks ontmoeting plaats. Wel wordt zwart steeds meer even rijk als wit. Ze kiezen dezelfde huizen.

De schrijver ontmoet vervolgens een 4de Surinamer, Milly Luijdjens, die hem in het buurthuis van de K-buurt vertelt, dat “het masterplan een witwasprogramma is om de dominante Surinaamse cultuur te verdrijven”. Welnu, dat is ten dele zeker waar, de Surinaamse cultuur of preciezer gezegd de Afro-Surinaamse cultuur is inderdaad dominant, maar dat is omdat bijvoorbeeld de politiek het Kwaku festival kost wat het kost wilde behouden, ook al lag het op zeker moment wegens financieel wanbeheer geheel op z’n gat. Opheffen durfde niemand aan, omdat er dan zeker rellen zouden komen, want Kwaku was ten eerste een zomers verdienmodel voor velen en die hadden allemaal familie. En ten tweede was er het Zwart Beraad in de jaren ‘90, toen er een stevige clash tussen zwart en wit ontstond, met als gevolg dat we vanaf ‘98 altijd een Surinaamse ‘burgemeester’ kregen, die we in de eerste 12 jaren de zwarte koningin noemden. Slechts een keer en dan nog maar voor een paar jaar werd er een zwarte man op de troon gezet.

bbq in het Mandelapark

We ontdekten in die jaren bovendien, dat met name de Surinaamse cultuur ons een prachtig uithangbord dan wel multi-culturele identiteit kon geven, al schepten we ook graag op over al die nationaliteiten die de Bijlmer herbergde: de ene keer 135 en dan weer 183. Het benadrukte allemaal de bijzondere eigenheid van de Bijlmer: arm maar fantastisch. De Surinamers zijn echter meer dan prominent, bijvoorbeeld in de politiek, al maken ze, inclusief de Hindoestanen en Javanen, niet meer dan 25% van de bevolking uit. Milly kent blijkbaar maar twee groepen: de witte Nederlander en de Surinamer. En om op het masterplan terug te komen: de suggestie van Milly, dat de 35.000 nieuwbouw-woningen blijkbaar uitsluitend voor de witman zijn bedoeld, is onzin. Bij rondleidingen langs de woontorens in aanbouw op Amstel 111 zie je vooral Afro-Surinaamse jongeren.

Milly claimt ook dat het westelijk deel van het Mandelapark naast de voetbalvelden Surinaams terrein is en is daarom met medestanders – 4.000 zegt Milly – tegen het bouwen van huizen aan de oostrand van het park, want die mensen die daar gaan wonen, gaan vast en zeker klagen dat de Surinamers die daar aan de westkant barbecueën teveel lawaai maken. Ze noemt het dus een teken aan de wand dat het Kwaku festival om 22 uur moet sluiten, want daarna wordt het pas gezellig. Er zijn bewoners die daar anders over denken, want het geluid van het festival draagt zeker 2 kilometer ver. En dat is dominant genoeg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s